Ugame Ulearn 2010

Het was geen grap, want op 1 april vond werkelijk het jaarlijkse Ugame Ulearn congres in Delft plaats. Ook dit jaar weer een dag vol verrassingen. Prettig afwijkend van de reguliere congresmores. Zo werden we al bij de ingang verrast door hippe meiden die vol aandacht een compliment opschreven. Dat was zo vrolijk, de dag kon al niet meer stuk. Verder kwam er een goochelaar langs, een spreker die vol vuur bleek te drummen en tenslotte nog een buikdanseres. Het motto van dit jaar, de user experience, werd ook door de organisatoren waargemaakt.

De dag werd aan elkaar gepraat door Father Roderick, de podcastende priester. Hij was er vorig jaar ook en wat hij met bibliotheken heeft vat hij op zijn manier samen: "I’m interested in using new media in traditional organizations". Zijn eigen website loopt over van verbazingwekkende berichten op het grensvlak van religie, fantasie en games.  zijn humor, zijn spitsvondigheid en zijn perfecte Engels maakten hem tot een geweldige presentator van deze dag. 

De eerste spreker was David Lee King, hoofd van de digitale ontwikkelafdeling van de Topeka Public Library. Zijn presentatie Desiging the digital experience ging over klantgerichte websites, die meer bieden dan een informatieportaal. De website moet een "experience" bieden, waarbij hij voorbeelden liet zien van Starbucks, McDonalds en Harley Davidson.  Sites die je als klant bezoekt nadat je een product van deze branches hebt gekocht; je wil meer over je product weten, of er meer mee doen. Op de vraag of hij bibliotheken kent die een site hebben die voldoet aan deze criteria kon hij er slechts twee noemen; die van zijn eigen bibliotheek en die van Darian Library. Sites met in het hart een weblog. De slides van zijn presentatie zijn te vinden op zijn persoonlijke homepage. 

Ook de tweede spreker, Michael Edson, van Smithsonian Institution (de musea van Washington) maakt een klantgerichte website. Uit onderzoek bleek dat vrijwel niemand de site van het instituut kent, terwijl er erg veel kwalitatief goede informatie op staat. De oorzaak hiervoor ligt volgens Edson aan de statische manier waarop de site nu is opgebouwd. Doel van de nieuwe website is meer dan nu sámen met de klanten communities in te richten rondom de vele onderwerpen waar Smithsonian zich mee bezighoudt. Hierbij wordt gestreefd naar tweerichting verkeer: de klanten kunnen informatie toevoegen aan de teksten van Smithsonian, maar ook delen van de site gebruiken voor hun eigen sites. Samen met de klanten een website maken, en delen van de website beschikbaar stellen tbv gebruik door klanten. De gecompliceerde presentatie van Edson is te vinden op Slideshare. 

Na een lange break, waarin allerlei korte presentaties op de zeepkist (oa Lukas Koster van de UbA met de nieuwe mobiele website*)en een stille disco veel publiek trokken, kwam de volgende spreker tot ons via Skype. In een razende monoloog van een ruim half uur sprak Gary Vaynerchuck over zijn successtory. Het amerikaanse verhaal: een Russisch immigrantenkind, als opvolger van zijn ouders in een drankwinkel raakt hij geinteresseerd in wijn en de cultuur om wijn heen. Hij begint een wijnwebsite en verdient hier miljoenen mee. Nu maakt hij gebruik van social media en geldt hij als expert op dat gebied. Hij is auteur van Crush it (buy the experience). Dat boekje kregen we allemaal mee, dankzij de sponsoring van NBD/Biblion. Het zal aan mij liggen, maar ik heb het niet zo op deze manier van personal branding. Mij té Amerikaans.

Tenslotte kwam Michael Stephens aan het woord. Deze bibliotheekprofeet, met Messiaans uiterlijk en dito gebaren geheel passend op Witte Donderdag, staat bekend om zijn inspirerende presentaties. Het was inderdaad een geweldige presentatie, maar er kwam wel héél erg veel voorbij. In ruim 130 dia’s, waar meestal maar 1 woord op staat, liet hij ons alle hoeken van het bibliotheekveld zien. Wat mij het meeste aansprak waren zijn voorbeelden van de manier waarop bibliotheken met klanten omgaan, zowel in positieve als in negatieve zin. Ondanks zijn dynamiek (hij liep rond, ging de trappen op, zat op de rand van het podium, beende weer weg) moet ik  zeggen dat ik op het laatst de draad kwijt raakte. Het was toen inmiddels al na vijven, dat zal er mede debet aan zijn.

 

De dag werd afgesloten door een hilarisch slotwoord van  Eppo van Nispen.  

Er zijn uiteraard meer verslagen van deze zeer geslaagde dag verschenen, oa door twee bekende biebbloggers: 

Jantweepuntnul BlogParty-web. De tweets van de dag (het backchannel) zijn gebundeld onder #ugul10.

*) Een mooi voorbeeld van het nieuwe project-credo: Think Big; Start Small; Move Fast.

 

 

 

 

 

 

 

Te druk om kritisch te denken?

Michael Eisenberg is terug op het toneel. Eisenberg is de grondlegger van de Big6, een veelgebruikte benadering van informatievaardigheid. Deze methode wordt in Amerika veel gebruikt, met name in het voortgezet onderwijs. 

Tegenwoordig onderzoekt Eisenberg met een team van de University of Washington de informatievaardigheid van beginnende studenten. Het betreft een onderzoek onder ruim 2300 studenten van diverse universiteiten en colleges, waaronder Harvard. Het onderzoek leverde in december een interessant rapport op, waarin een aantal conclusies staan waar we in onze cursussen rekening mee zouden kunnen houden. Ze blijken studenten teveel terug te vallen op bekende bronnen, veelal aangereikt door docenten. Ook hebben ze het te druk, waardoor ze hun searches pas op het laatste nippertje doen. Een bezoekje aan de bibliotheek(site) zit er dan niet meer in. Tijd om kritisch na te denken hebben ze ook niet meer. Er wordt niet meer van de gebaande paden geweken, nieuwe inzichten worden zeldzaam. Google en Wikipedia zijn de norm. Genoeg te doen dus!

Het project van Eisenberg heeft een interessante website en daarnaast ook enkele korte filmpjes op Youtube. Verder verscheen er eerder deze week een lezenswaardig interview met Eisenberg.   

Waar ik erg enthousiast over ben is het feit dat dit onderzoek inmiddels ook een artikel in The Chronicle of Higher Education én in Educause Quarterly heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat in Nederlandse onderwijstijdschriften en op onderwijscongressen dit onderwerp aan bod komt; zoals ik al eerder op dit weblog schreef preken we teveel voor eigen parochie.

Digitale cursus web2.0 voor onderzoek en onderwijs in Leiden

Sinds vandaag is er voor studenten en medewerkers van de Universiteit Leiden een digitale cursus beschikbaar waarin allerhande toepassingen van het sociale web worden behandeld. In de cursus leer je onder andere hoe je tijd kunt besparen door RSS (digitale attendering) in te stellen, zodat je steeds op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen in je vakgebied én vakliteratuur. Ook kan je leren hoe je een weblog (blog) maakt. Wil je eens proberen hoe het is om te Twitteren, dat kan! Ook video’s op Youtube zetten, foto’s in Flickr plaatsen en je boeken ordenen met LibraryThing, het komt allemaal aan bod. Een heel bijzonder hoofdstuk in deze cursus is Research2.0. In dit hoofdstuk gaan we uitgebreid in op de nieuwste internetapplicaties waarmee je wetenschappelijk onderzoek en publiceren kunt ondersteunen.

De cursus is gemaakt door medewerkers van de Universiteitsbibliotheek Leiden. Deelnemers kunnen  per mail vragen stellen; medewerkers van de afdeling Informatiediensten beantwoorden deze vragen.

De cursus is gratis en op internet te volgen. Het is niet nodig alle onderdelen te volgen; het materiaal leent zich er heel goed voor om alleen een specifieke toepassing te leren kennen. Vrijwel ieder onderdeel levert de deelnemer een conreet resultaat op zoals een eigen weblog of een ingerichte RSS-reader.

De cursus is hier te vinden en is gemaakt in een Leidse weblog-omgeving.

IJdeltuiterij gevaar voor volksgezondheid?

In de Volkskrant van 10 februari moppert Roel Coutinho over de rol van wetenschappers in een aantal belangrijke kwesties, zoals de vaccinaties tegen baarmoederhalskanker en de Mexicaanse griep. In de tijd dat deze debatten speelden verscheen elke avond wel een deskundige met een mening op tv. Vaak verscheen dezelfde avond een andere deskundige met een volstrekt andere mening op een andere zender. Met als gevolg dat wij, het volk, in verwarring achterbleven. Wat te doen, prikken of niet?  De media laten in dit soort zaken graag deskundigen opdraven, zeker als ze een eigenwijze mening hebben. En die deskundigen zijn ijdel genoeg om zich hiervoor te lenen. Waar kennen we dat van?

YouTube Preview Image

Het is een lastige positie voor de wetenschap. Het publieke debat vraagt snelle antwoorden, de wetenschap vraagt zorgvuldige (en langdurige) onderzoeken. Goede wetenschapsvoorlichters zouden hier een rol kunnen spelen. En laat al die ijdeltuiterige deskundigen intussen aan hun onderzoeken doorwerken. Dat is voor iedereen het beste, niet in de laatste plaats voor de volksgezondheid.  

20 jaar internet, vague but exciting…

Sinds vorige week is bij de BBC2 een vierdelige serie te zien over internet: The virtual revolution; how 20 years of the web has reshaped our lives. Het is een absolute aanrader. De makers hebben iedereen die er toe doet kunnen interviewen. Zo komen Tim Berners-Lee (www), Bill Gates, Andrew Keen en Jimmy Wales (Wikipedia) aan het woord. En vele anderen. Wie ik alleen mis zijn de makers van Google! De eerste aflevering houdt zich bezig met de vraag of het ideaal waarmee het world wide web ooit is begonnen (hippy-achtig, vrijheid, gelijkheid, samenwerken) nu wel of niet gerealiseerd is. Het antwoord daarop is lastig te geven; we horen de idealist Barlow een manifest voorlezen (staande op een kistje) over vrije informatie en we zien Bill Gates die via het web zijn miljoenen vergaart. De tweede aflevering gaat over de manier waarop twitter en blogs berichten uit "onderdrukte gebieden" naar buiten brengen. We zien beelden uit Iran, gemaakt met telefooontjes, via Twitter verspreid, en we zien bloggers tegen de verdrukking in bloggen vanuit China. Een van hen zet alle foto’s en namen van kinderen die zijn omgekomen in schoolgebouwen bij de grote aardbeving in 2006 systematisch op het web. Zonder uitleg, maar de boodschap is overduidelijk. 

Twee afleveringen volgen nog: The cost of free (met Chris Anderson) en Homo Interneticus (met Stephen Fry).  

Nieuw is de manier waarop de documentaires tot stand zijn gekomen: via het web. Webbers hebben kunnen meepraten over de inhoud en hebben kunnen aangeven welke vragen de interviewer zou moeten stellen. Rondom de serie wordt nog steeds volop geblogd en getwitterd.

Mooiste fragment tot nu toe: het blaadje van het artikel van Berners-Lee met zijn idee voor het www: "Information management; a proposal" Boven de titel in een priegelig handschrift het commentaar van zijn baas: "vague but exciting…"

Meestal kunnen we in Nederland geen programma’s van de BBC terugkijken, maar dankzij de website van de serie  en de 3D Documentary Explorer is dat probleem verholpen. Bovendien biedt de website de mogelijkheid om fragmenten uit de serie te downloaden of embedden in eigen producties of websites.  En nog veel meer, een website om te smullen!

Naschrift: het blijkt dat alleen deel 1 en 2 te zien zijn via de 3D Documentary explorer. Jammer, in deel 3 waren prachtige beelden van Google te zien: op de step tussen de servers door!

 

 

 

Complete appeltjesgekte

Vanavond werd het langverwachte nieuwste Appleproduct gepresenteerd door Steve Jobs. Een event dat zijn gelijke niet kent, mede dankzij de gelikte manier van presenteren. Steve in zwarte trui en spijkerbroek, op zijn gympies. Losjes presenterend, voor een reusachtig scherm waarop mooie plaatjes verschijnen. Apple krijgt het toch steeds weer voor elkaar om geheimen te bewaren! Iedereen dacht dat er een iSlate gepresenteerd zou worden, maar het is een iPad geworden. Een mooi ding, wil ik meteen kopen! Wat is het? Tja, een grote iPhone waar je niet mee kunt bellen, een e-reader, een muziekmasjien en een draagbare bioscoop, een tikmachine en nog veel meer. Mét apps, dat natuurlijk ook. Gaat rond de 400 euro kosten. Niet alles is me nog duidelijk, dat komt nog wel. Wat ik vanavond vooral erg interessant vond was hoe de internetgemeenschap zou reageren. Nou, Twittter stond op zijn kop. Een zoekactie op #iPad leverde ontelbare tweets op, en terwijl je de eerste zat te lezen kwam in beeld dat er al weer zo’n 675 nieuwe tweets waren verschenen sinds de laatste zoekactie. Echt ongelofelijk hoeveel mensen tegelijk op Twitter bezig waren en misschien nog zijn.

Voor wie meer wil weten: http://www.apple.com/ipad/, tijdens de presentatie online vrijgegeven! Voor wie plaatjes van de presentatie wil zien: http://live.gdgt.com/2010/01/27/live-apple-come-see-our-latest-creation-tablet-event-coverage/

Haiti schreeuwt ook op internet om hulp

Vandaag vindt de grote inzamelingsactie voor Haiti plaats. Veel informatie zal via radio en tv op ons afkomen. Het is daar verschrikkelijk, dat is duidelijk. Dat wordt nog duidelijker als je de nieuwe satelietbeelden van Google bekijkt. Google heeft snel, vlak na de aardbeving, het initiatief genomen om Google Maps en Google Earth te updaten met nieuwe beelden. Men heeft dit snel in de lucht gebracht ter ondersteuning van de hulpverlening ter plekke. Daar waar telefoonverbindingen waren uitgevallen was internet kennelijk nog steeds bereikbaar. Een overzicht van de manier waarop internet bij deze ramp wordt ingezet is te vinden op de site van de Wereldomroep.

De hulpverlening wordt ook ondersteund door een website waarop mensen via een SMS om hulp kunnen vragen. Schokkend om te zien, zo’n kort berichtje: "hier zijn 4500 mensen stervende", met een kaartje erbij. Ook vragen om geneesmiddelen, zoals verdoving, voor het uitvoeren van amputaties. Dit is de rauwe realiteit.

WorldCat wéér mooier!

Ik was altijd al een fan van WorldCat. De laatste maanden is mijn enthousiasme nog groter geworden door belangrijke toevoegingen aan de bestanden vand WorldCat. In oktober 2009 is Science Direct van Elsevier beschikbaar gekomen en vandaag lezen dat nu ook JSTOR via WorldCat doorzoekbaar is. Een dezer dagen verscheen tevens het bericht dat OAIster is opgegaan in WorldCat. Kortom: WorldCat wordt een steeds grotere concurrent van Google Scholar. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen beide bestanden. Wat ik erg prettig vind aan WorldCat is dat je kunt nagaan waar je in zoekt. In de zoekresultaten is de database vermeld waarin het betreffende item is gevonden. Een handzaam overzicht van alle geindexeerde bestanden ontbreekt vooralsnog, maar Google Scholar laat ons wat dit onderwerp betreft helemaal in het duister tasten.

Een ander belangrijk verschil is de manier waarop gezocht wordt: in WorldCat doorzoek je titels en abstracts; in Google Scholar doorzoek je de fulltext. Gevolg: in Scholar vind je véél meer, maar of dat altijd beter is is maar de vraag.  

In WorldCat kan je een eigen profiel aanmaken en resultaten opslaan om later te gebruiken. Je kunt ook bibliografieen genereren. Omdat WorldCat ook de hele catalogus van de Universiteit Leiden omvat is het erg aantrekkelijk voor Leidenaren om via WorldCat te gaan zoeken. De SFX-link brengt je vervolgens naar de fulltext of de catalogus, zodat je snel aan de materialen zelf kunt komen.

In de komende weken gaan we verder experimenteren met WorldCat en Scholar.

 

Google onmiddellijk

Google houdt mij aardig bezig. Als ik  ‘s avonds niet Wave, dan zit ik wel te spelen met de allerlaatste snufjes die Google momenteel bijna dagelijks presenteert. Het leukste speeltje dat ik vandaag heb bekeken heet Real Time Search. Hiemee zoek je in nieuwsbronnen, maar ook (en dat is het leuke)in een fiks aantal bronnen op het sociale web. Zo zie je bijna direct (real time)wat er aan Twitterberichten over "jouw" onderwerp worden geschreven.

De Real Time Search is nog niet overal beschikbaar, maar via http://www.google.com/webhp?hl=en&esrch=RTSearch kan je het uitproberen. Je ziet in de  resultaten de Twitters langskomen, erg leuk om te zien.

Of dat zinvol is? Geen idee. Toen de DSB bank op instorten stond heb ik Twitter gevolgd. Ik was benieuwd wie het eerste met het officiele nieuws van het onvermijdelijke faillisement zou komen, Twitter of ANP. Twitter was sneller dan het nieuws, maar helaas ook sneller dan de waarheid! Ruim voordat de bank echt omviel stond het net al vol met berichtjes dat DSB failliet was verklaard. De meeste berichtjes zag je ook nog eens een paar keer terug, Twitteraars kopieren er lustig op los. Kortom: als er een vliegtuig uit de lucht valt lijkt me de nieuwswaarde van Twitter relevant. Bij veel andere onderwerp moet je toch de waarde van Twitter met een kritische blik blijven bekijken.

Nog een andere leuke Google-feature is Google Trend. Daarmee kan je zien hoe vaak jouw zoekopdracht door anderen is gezocht, en ook in welke landen dat was, compleet met een tijdbalk. Curieus: zoek je hier op Michael Jackson, dan krijg je als eerste zoekresultaten de verhalen over zijn (vermeende) kindermisbruik uit 2005. Hoe deze Trend werkt is me nog niet helemaal duidelijk. Ook Trend kan je bekijken: http://www.google.com/trends

Mexicaanse griepprikkels

Al maanden worden we overspoeld door meer en minder paniekerige berichten over de Mexicaanse griep. Naast de kleurrijke en alomtegenwoordige Ab Osterhaus (die eerst gelijk had, toen in het beklaagdenbankje kwam, maar zich nu revancheert) worden we overspoeld met berichtgeving in kranten, televisie en internet. Er zijn talrijke internetfora actief, waar de meest wilde complottheorieen uit de doeken worden gedaan. Deze worden oa verzameld en gepubliceerd op de site met de sprekende titel: "prikmijmaarlek" of het "burgers front". Als je een beetje googelt naar de Mexicaanse griep, dan duikt dit soort informatie al snel op. Zeker als je op zoek bent naar de voors en tegens van de vaccinatie is het raak: de gekste informatie duikelt over je scherm. Zelfs de minister is dit opgevallen!

Tijdens de koffie werd door een aantal bibliotheekmedewerkers met jonge kinderen gediscussieerd over dit onderwerp. Ze leken wel echte dokters, mét kennis van microbiologie. Dat is natuurlijk niet zo en dat weten ze ook wel. Maar in hun onzekerheid zoeken ze net als iedereen naar dat ene goeie advies. En worden ze overspoeld met informatie waarvan je je kunt afvragen wat de waarde daarvan is. De officiele site over de griep, met betrouwbare (?) informatie is te vinden op Grieppandemie.

Als we straks de griep weer achter de rug hebben lijkt me dit onderwerp een mooie casus voor cursussen over het beoordelen van informatiebronnen op internet!