Op de koffie bij Google

Google heeft bekend gemaakt dat vannacht (9 juni) de nieuwe zoekindex Caffeine is uitgerold. Google hoopt met de techniek die deze index ondersteunt sneller nieuwe informatie te kunnen presenteren. Dat is vooral belangrijk bij het presenteren van zoekresultaten uit blogs en twitter (en andere social media). Sinds enige weken kan je al via de linkerkolom navigeren naar zoekresultaten van de afgelopen 24 uur. Kleine test: gisteravond heb ik tijdens het verkiezingsdebat behoorlijk veel getwitterd. Een zoekactie op mijn naam en verfijning met de afgelopen 24 uur levert slechts 1 tweet op. En niet eens de laatste, maar zomaar een willekeurige. Het lijkt nog niet helemaal jofel te werken. Wordt vervolgd.  

Uit de schaduw bij Google

Sinds vorige week is ook in Nederland de nieuwe interface van Google beschikbaar. Wat direct opvalt is dat het logo van Google veranderd is: geen schaduwen meer, maar heldere letters. Mooi, maar qua zoeken hebben we daar natuurlijk niks aan. Nee, de verbetering zit hem in de linkerkolom. Daar stond de laatste maanden al een rijtje filtermogelijkheden, die nu met frisse ikoontjes in beeld komen (onder het kopje "Meer" rolt dat menu uit). Zoekacties kunnen op verschillende manieren worden ingeperkt, vergelijkbaar met de "oude" filters die nog steeds bovenaan in het scherm staan. Opvallend is de ranking. Wanneer je op naam zoekt (natuurlijk je eigen naam) dan zie je direct alles waar je op het sociale web actief bent. Weblog, Linkedin, Hyves, alles komt langs. Mijn weblog staat als eerste genoemd, met daaronder de post die het meeste is aangeklikt. De link naar de Universiteitsbibliotheek Leiden staat pas op de 7e plaats. Zelfs Twitter staat hoger gerangschikt. Zou dat komen doordat Google sinds kort de laadsnelheid van websites in de ranking meerekent? Op het EMTACL10 congres hoorde ik dat de eerste 10 resultaten in Google feitelijk je persoonlijke homepage vormen. Een beetje trage website van je werkgever en je bent het haasje!

Naast het uitrolmenu waarin je kunt filteren op verschillende publicatievormen is er ook een menu beschikbaar waarmee je oa op de nieuwste bijdragen kunt filteren. In dit uitrolmenu (Meer opties) zit ook Wonderwheel verstopt. Het wonderwheel is een grafische weergave van de resultaten, een heel klein beetje vergelijkbaar met Aquabrowser.

Aan Google Scholar zijn deze vernieuwingen voorbij gegaan. Wel is er sinds deze week een mogelijkheid om je via mail te laten attenderen op nieuwe resultaten van je zoekactie. Handig, alerts op Scholar. Ik ga er meteen mee aan de slag!

 

Het virtuele congres EMTACL10

Afgelopen week was ik in Trondheim aanwezig bij het EMTACL10 congres. Rondom dit congres was een grote virtuele community actief, die het congres een extra en informatieve dimensie gaf. Tijdens de presentaties werd volop getwitterd, via een apart daarvoor ingesteld twitterkanaal op Twubs. Niet alleen quotes van de sprekers gingen hier rond, maar ook opmerkingen van mensen die niet aanwezig waren in Trondheim, maar het congres via twitter volgden. Daar kán lacherig over gedaan worden, maar er ontstond werkelijk iets tussen die twitteraars. Nieuwe contacten werden gelegd, informatie werd uitgewisseld. Een extreem voorbeeld was de presentatie van Ida Aalen (I’ve got Google, why do I need you? De tweets en retweets hierover bereikten in snel tempo zowel de USA als Europa. Op die manier gaat het nieuws van zo’n congres snel de wereld over. Een bijzondere tweet zag ik vandaag: een linkje in een van mijn blogs is opgepikt en doorgestuurd naar de tweede kamer:

 likigiki: via @AnnekeDirkx http://www.wheredidmytaxgo.co.uk/gevonden. Prachtig! Kunnen wij dat ook krijgen? @http://twitter.com/kamerleden

Op Youtube zijn korte flipfilmpjes te zien over de conferentie.  Geen beste kwaliteit, maar alle presentaties zijn opgenomen en komen binnnenkort in betere kwaliteit beschikbaar. Voor een snelle impressie van de sprekers is de flip echter een goed alternatief. 

Natuurlijk werd er volop geblogd, sommigen maakten er een sport van om hun blogpost direct ná de presentaties live te zetten. Vooral Dymphie vd Heijden oogste er veel lof voor. Alle blogposts zijn te vinden via deze zoekactie. Je vindt daarbij oa de blogs van Marianne vd Heijden (Ecobibl) en Wichor Bramer (Wuusgewijs). 

Om de blogs te kunnen schrijven op verschillende computers (thuis, in hotel, op werk) hield ik links bij in Delicious. Dat deden meer mensen. Alle links die opgenomen zijn met de tag Emtacl10 zijn te vinden in deze zoekactie

Foto’s van het congres zijn gebundeld op Flickr. Mijn kleine selectie staat echter op Picasa! Ze voegen niks toe over het congres maar geven een beeld van Trondheim. 

Google Wave was ook beschikbaar, maar daar is voor zover ik heb kunnen zien geen gebruik van gemaakt, net zo min als van een speciale groep in LinkedIn en Facebook. 

Tenslotte een uitspraak die ik niet snel zal vergeten: een écht boek is een 3D ervaring! Zo wordt het boek opeens erg hip!

 

 

 

 

 

 

 

 

EMTACL10: Keynote Lorcan Dempsey

 

Emtacl10 werd geopend met een presentatie van Lorcan Dempsey, vice president van OCLC met als titel: The network has reconfigured whole industries. What will it do to academic libraries? Het was een complex verhaal dat ook nog eens onderbroken werd door een (loos) brandalarm. De rode draad in zijn betoog was dat veel bibliotheken hetzelfde doen, en dat men te weinig focust op waarin men onderscheidend is. Om het kort door de bocht te stellen: je kunt als bibliotheek beter je energie steken in datgene waarin jij uniek bent (bijzondere collectie-onderdelen) én in wat je via je je eigen instelling bijna moeiteloos krijgt aangeleverd, zoals research data en expertise van onderzoekers. Deze insteek noemt hih "inside out": laat zien wat je hebt. Daarnaast bestaat er een "outside in": datgene wat je inkoopt via licenties. In deze optiek ontwikkelt een collectie zich vooral selectief en doelgericht rondom die onderwerpen waarop de bibliotheek "uniek" is. Andere onderdelen van de collectie (boeken) brengen we onder in een regionaal depot. 80% van de collectie is gelicenceerd materiaal.
Deze benadering heeft hij uitgewerkt in de collection grid.

Een ander thema in zijn presentatie (en aansluitend bij het vorige) is de rol van bibliotheken in netwerken. Discovery happens elsewhere: zorg ervoor dat jouw collecties te vinden zijn in Google Books, Wikipedia etc. Biedt jouw collecties aan in de netwerken waar studenten en onderzoekers zijn. Een ander voorbeeld van netwerken is de Library outside the library (LOL) van Cornell University. Cornell doet nog meer wat de goedkeuring van Dempsey kreeg: zij harvesten per wetenschapper de output en brengen dat op een overzichtelijke manier naar buiten. Reputation management noemt hij dit. Volgens Dempsey zijn mensen en hun expertise de belangrijkste entry point. De eerste resultaten van Google op jouw naam zijn je persoonlijke homepage. Nog een ander voorbeeld van de manier waarop academische bibliotheek onderzoekers kunnen bedienen is het Center for Digital Research and Scholarship.

Deze presentatie was een mooie start van dit congres; in elk geval voldoende stof tot nadenken. 

 

 

 

 

EMTACL10, dag 3: een googlelized brain

De laatste dag van EMTACL10 bevatte een aantal zeer verschillende presentaties, qua onderwerp én kwaliteit. Guus van de Brekel van het UMCG beet het spits af met een keynote om 9 uur. Hij hield een boeiend verhaal over de inzet van web2.0 applicaties in research. Hij ziet het als belangrijke rol voor de bibliotheek om web2.0 diensten in de workflow van de klanten te brengen. Bij het UMCG doet hij dat al, getuige de Netvibes pagina vól met handige tools voor onderzoekers. De bibliotheek toolbar wordt veel gebruikt. Guus gaf een overzicht van allerhande sites waarop researchers samenwerken, zoals Protopaedia, Sciencecommons.org, Nature Precedings en Mendeley. Een ontwikkeling die we op meerdere universiteiten zien zijn de Virtual Research Communities. Kenmerk hiervan is dat het hierbij vooral om samenwerken gaat, de community is belangrijker dan de techniek. JISC is toonaangevend bij de ontwikkeling en het onderzoek naar VRE’s Enkele maanden geleden publiceerden zij een omvangrijke studie. De presentatie van Guus staat online.

Een tweede, sprankelende presentatie werd verzorgd door Ida Aalen, een vlotte en geestige studente. Zij noemt zichzelf een nerd, een paperless student, die sneller kan typen dan praten. De titel van haar presentatie dekte de lading geheel: I’ve got Google, why do I need you? Haar belangrijkste boodschap is dat wij alles veel te ingewikkeld maken; een database gaat ze niet meer doorzoeken, veel te lastig en als je leert ben je het na enkele maanden weer vergeten als je het weer nodig hebt. Als illustratie van een intuitieve interface liet ze een prachtig filmpje zien. Zó moet het werken! Ze gebruikt daarom overal Google Scholar voor en is daarmee zeer tevreden. Ze heeft ook een nieuw soort hersenen: een Googlelized brain. Feiten onthoudt ze niet, maar ze is in staat om alles in 30 seconden op te zoeken. Ze richt zich meer op de grote lijnen, zoekt patronen. Aan de zaal was te merken dat haar presentatie confronterend was. Het zette aan het denken. Haar presentatie staat online.

Een laatste interessante presentatie was van Wichor Bramer van het Erasmus Medisch Centrum. Hij liet zien hoe je via slimme technologie de wetenschappelijke output van organisaties of onderdelen daarvan op het web kunt publiceren. Prachtige overzichten! Voo een uitleg over de manier waarop deze tot stand komen verwijs ik naar het blog van Dymphie.  

Hierna was er wederom een overvloedige lunch; dat was tevens het einde van dit interessante congres. Het congres was een soort van spinoff van een project dat hier in Trondheim aan de NTNU is uitgevoerd. Het is te hopen dat volgend jaar EMTACL11 zal plaatsvinden. Ik vond het een erg goed congres, waarbij vooral ingezoomd werd op de manier waarop je techniek kunt inzetten om he werken met informatie voor onze klanten eenvoudiger te maken. En het werd nergens een technisch congres.

Een een volgend blog zal ik ingaan op de manier waarop web2.0 waarde toevoegt aan congressen. 

 

 

 

EMTACL10, dag 2: de draagbare bibliotheek

Dit is het tweede deel van mijn verslag van EMTACL10, dag 2. Ik volgde een groot aantal presentaties over de mobiele bibliotheek. Het onderwerp werd vanuit verschillende kanten belicht.

1. Applicaties voor de mobiele telefoon (of liever het apparaat waar je ook nog mee kunt telefoneren). Graham McCarthy van Ryerson Library in Toronto vertelde over zijn project waarin studentgerichte mobiele applicaties worden gemaakt. Ze hebben studenten gevraagd wat zij op de mobiele telefoon willen:
– reserveren van werkplekken in de biblioheek en elders
– openingstijden van de bibliotheek én lesroosters
– reserveren en verlengen
– snel zoeken naar boeken en artikelen
– nieuws volgen
Wat ik leuk vond is dat ze ook inderdaad artikelen kunnen zoeken: de belangrijkste databases met een mobiele interface zijn gekoppeld. Studenten maken geen onderscheid tussen diensten van de bibliotheek of andere onderdelen van de universiteit; de wens voor mobiele roosters is heel logsich, alleen niet door de bibliotheek te verwezenlijken. McCarthy en zijn team zijn nu overigens bezig om voor de hele universiteit mobiele diensten te ontwikkelen. Enkele tips: het moet snel en eenvoudig zijn; maak grote knoppen, geschikt voor alle maten vingers; maak webpages, geschikt voor meerdere mobiele platforms.

2. Mobiele informatievaardigheidscursus. Hassan Sheikh van de Open University. De bibliotheek van de Open University (UK) bedient studenten over het hele land. Ruim 80% van het materiaal wodt digitaal aangeboden.  De bestaande online tutorial Safari is omgewerkt naar een mobiele applicatie. Het aardige is dat het hiervoor herschreven moest worden, en vooral ingekort: 5 pagina’s per onderwerp en 90 woorden per pagina. Daardoor is de module veel meer to the point geworden. 

3. Gebruik van mobile tags (QR codes) (lees Pascal Braak over QR codes) om ín de bibliotheek klanten naar mobiele informatie te leiden. Dit wordt gedaan in de bibliotheek van de University of Huddersfield. Andrew Walsh vertelde er enthousiast over. De klant moet een programmaatje downloaden op zijn telefoon; door de tag (een vierkante zebracode) de fotograferen of met de moderne telefoons het screen erboven te houden (scannen), brengt de tag je naar de informatie op internet. Huddersfield heeft alle catalogus records van een tag voorzien, zodat klanten de informatie eenvoudig in hun mobile kunnen opslaan. Ook zijn er tags geplakt in tijdschriftenrekken, waar de gedrukte versies zijn vervangen door digitale. De tag brengt je bij het e-journal. Ook worden tags toegevoegd aan handouts, zodat men later meer informatie over een onderwerp kan opzoeken. In de studiezalen zitten tags die de contactgegevens van de vakreferent linken. Kortom: de hele bibliotheek van Huddersfield wordt getagd! De presentatie staat in het repositorium van de universiteit.

4. Ebooks en ebook-readers. De presentaties die hierover gegeven werden vond ik erg tegenvallen. Ik noteerde uiteindelijk alleen dat geen van de readers pdf aankan (is dat écht zo?) waardoor artikelen niet op de readers te lezen zijn. Ver dit onderwerp heeft Pascal Braak van de bibliotheek van de UvA een interessante blog geschreven. 

 

 

 

 

EMTACL10, dag 2: open your mind for open data

Ook vandaag weer een bijzondere dag in Trondheim. Dit keer konden we binnen blijven, en dat was maar goed ook want het sneeuwde zo nu en dan flink. Binnen werden we op temperatuur gehouden door een groot aantal presentaties. Veel interessants gehoord. In dit eerste deel van mijn verslag zal ik de presentaties over "Open data" proberen weer te geven. Lastig, want dit onderwerp is voor mij nieuw.

De eerste presentatie van Chris Clarke van Talis was meteen erg verhelderend. De strekking van zijn verhaal komt erop neer dat je met de data die overal worden opgeslagen méér kunt doen als ze "openbaar toegankelijk" zijn. Met behulp van slimme applicaties kan je data linken, en zo nieuwe, rijkere informatie presenteren. Open data blijkt een heuse beweging te zijn, en bijvoorbeeld de Britse overheid heeft ervoor gekozen om zoveel mogelijk data open te stellen. Met die gegevens kan je dan weer nieuwe diensten ontwikkelen, zoals een website waarop je kunt zien waar je belastinggeld naar toe gaat.

Het verbinden van datasets geeft ontelbare mogelijkheden; Clarke specialiseert zich in de diensten die voor het onderwijs nuttig kunnen zijn. Daarbij wordt vooral gebruik gemaakt van open courseware die door grote instellingen als MIT op het net worden gezet. Hij liet een aantal voorbeelden zien:
Flatworld: stel zelf je textbook samen
p2pu.org:een "selforganizing institute" waar je cursussen kunt volgen.

Aan het eind van de dag volgde ik een presentatie van Patrick Danowski van CERN die een uitbundig pleidooi hield voor het openstellen van bibliografische data uit catalogi van bibliotheken. In zijn project (www.cern.ch/bookdata) doet ook de UB van Gent mee. De stelling van Patrick: als bibliotheken de mond vol hebben over open access, dan kunnen ze zelf niet achterblijven met hun eigen datasets. Patrick schrijft hierover in zijn blog.

 

EMTACL10, dag 1: allemaal inside out

De eerste dag van Emtacl10 in Trondheim was gedenkwaardig. Het begon allemaal met een overvloedige lunch, op zijn noors, met hele scholen vis. Aan de middagdip kwamen we niet toe, want Lorcan Dempsey (OCLC) beet het spits af met een pittige presentatie. Zijn verhaal zal ik later uitwerken, het is te gecompliceerd om nu te reconstrueren. Een belangrijk deel ging echter over het onderscheid tussen "outside in" ( wetenschappelijke collectionering, journals, webbronnen etc) en inside out (eigen, unieke informatie naar buiten brengen, zoals bijzondere collecties, onderzoeksdata). Midden in zijn praatje ging de beamer uit, het gordijn open en alle alarmen gingen rinkelen. Brandalarm. Het hele hotel en de conferentiezalen werden ontruimd. Inside out, dat zeker. Voor iedereen, ook Lorcan, was het lastig om de draad weer op te pakken toen het loos alarm bleek.

Een leuke presentatie kwam uit Karlsruhe, waar een methode ontwikkeld is om op basis van klikgedrag in de catalogus aanbevelingen te doen in de trend van "de bibliotheek raadt aan om ook …. te bekijken". Men noemt het BibTip. De onderliggende statistische methode werd omstandig uitgelegd, waarbij niet geschroomd werd om terug te gaan tot Einstein en nog enkele andere Nobelprijswinnaars. Gelukkig ziet het resultaat er eenvoudig uit, voor de klant. Op de website van het project is meer te lezen. Inmiddels schijnt Primo deze techniek ook te implementeren.

Een slimme, eenvoudige toepassing: maak mashups van RSS-feeds en biedt ze via een api aan aan de klant. Het wordt vooral ingezet voor RSS’s van journals (inhoudsopgaven) en RSS van uitgevers. In die RSS zit natuurlijk allerlei informatie die je via de mashup op een nieuwe manier kunt aanbieden. Zo kunnen klanten via een zoekvenstertje zoeken naar een bepaald onderwerp in recente tijdschriftafleveringen. In de presentatie zitten allerlei links naar systemen waar dit gebruikt wordt. Toevallig dat we in Leiden net uitzoeken wat er voor alternatieven zijn voor online contents! Kunnen we dit mooi meenemen.

Ook precies op tijd kwam een presentatie over een nieuwe bibliotheekwebsite. Met juist die mogelijkheden waarover ik ook in Leiden in het kader van een geheel nieuwe website voor de universiteit al heb gesproken: een website die je kunt personaliseren (zoals iGoogle). Je kunt er blokken inhangen met die onderdelen die jou interesseren: jouw databases, jouw aanwinsten… De site is nog maar net live en te bekijken op www.kib.ki.se

Tussendoor luisterde ik naar een enthousiaste vrouw uit Kroatie, die op haar bibliotheek-Facebook pagina maar liefst 1100 fans heeft!

Na dit alles kwamen we tot bedaren in de Kathedraal bij een orgelconcert; daarna volgde een receptie in het Universiteitsgebouw. Nu zit iedereen zijn verslag te typen!

Lees vooral de live blogs van Dymphie

Of volg de Twitterstream

Lente in Trondheim

Het is gelukt: ik ben vandaag in Trondheim aangekomen. Geen vuiltje aan de lucht! Voordat het serieuze bloggen over het EMTACL10 congres begint wat eerste indrukken.

Vanuit het vliegtuig was er een ongelofeljke hoeveelheid sneeuw te zien. Hoe noordelijker hoe witter het werd. k had wel sneeuw verwacht, maar de grote hoeveelheid heeft me toch verrast.

Vandaag hadden de Trondheimers nét huns skies uitgetrokken en verruild voor de stoere wandelschoenen want de zon schijnt. Het is heerlijk weer, al is nog niet iedere Noor daarvan overtuigd. Want naast modieuze zonnebrillen zie je ook veel mutsen (een smurfenmodel is hier hip), handschoenen en warme skijassen. Ik heb een tochtje gelopen over de oevers van de rivier. Daar kwam ik vele sportievelingen tegen, maar het is dan ook een joggingpad.
Terug in de stad belandde ik in een nieuw en hip uitgaanscentrum waar de oorspronkelijke scheepswerven nog te zien zijn. Cafe’s in een scheepvaartomgeving, een beetje Rotterdams. Hartstikke gezellig en hier zaten de wat minder sportievelingen op het terras aan grote bieren die een kapitaal kosten. 

Vanavond uit eten met Marianne en Dymphie die dan even níet twitteren! En morgen gaat het serieuze werk beginnen.

Vulkanen, as en internet

Volgende week ga ik naar het EMTACL10 congres in Trondheim, Noorwegen. Toen dé vulkaan op IJsland ontplofte had ik helemaal geen zorgen; tegen de tijd dat ik zou gaan reizen was alles al lang weer normaal en zouden alle vliegtuigen vliegen. Toch bekroop me in de loop van deze week toch de angst dat Noorwegen door de lucht onbereikbaar zou blijven. Derhalve:op zoek naar informatie! Nou, eerder teveel dan te weinig, en heel veel rook! Maar geleidelijk kwam er helderheid in de stoffige lucht: vooral de KLM valt op door een zeer klantvriendelijke afhandeling van vragen via hun eigen twitterdienst én een Facebookpagina. KLM zette deze sites in toen de website en telefoon van de firma bijna omviel door een té grote toeloop. Het is geweldig wat ze doen: vragen van individuele passagiers worden via deze sites behandeld. Ook de baas in de lucht, Eurocontrol, geeft goede informatie via Twitter. 

De vulkaan levert ook onverwacht mooie dingen op. Zo zitten de reizende biblioreporters uit Delft, de Shanachies nu al 7 dagen vast in London, op weg naar een tour door Canada. Na aanvankelijk gemopper (begrijpelijk) maken ze nu reportages in London.  Hun twitters zijn te volgen op #wildrosetour. Ben benieuwd wat ze in Canada meemaken!

Naast deze informatiebronnen is er volop gecarpoold via twitter, en houden gestrande reizigers contact met het thuisfront. Skype heeft ook goede zaken gedaan, deze dagen.  

Ik hoop mijn volgende blogs uit Trondheim te kunnen versturen!