WorldCat wéér mooier!

Ik was altijd al een fan van WorldCat. De laatste maanden is mijn enthousiasme nog groter geworden door belangrijke toevoegingen aan de bestanden vand WorldCat. In oktober 2009 is Science Direct van Elsevier beschikbaar gekomen en vandaag lezen dat nu ook JSTOR via WorldCat doorzoekbaar is. Een dezer dagen verscheen tevens het bericht dat OAIster is opgegaan in WorldCat. Kortom: WorldCat wordt een steeds grotere concurrent van Google Scholar. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen beide bestanden. Wat ik erg prettig vind aan WorldCat is dat je kunt nagaan waar je in zoekt. In de zoekresultaten is de database vermeld waarin het betreffende item is gevonden. Een handzaam overzicht van alle geindexeerde bestanden ontbreekt vooralsnog, maar Google Scholar laat ons wat dit onderwerp betreft helemaal in het duister tasten.

Een ander belangrijk verschil is de manier waarop gezocht wordt: in WorldCat doorzoek je titels en abstracts; in Google Scholar doorzoek je de fulltext. Gevolg: in Scholar vind je véél meer, maar of dat altijd beter is is maar de vraag.  

In WorldCat kan je een eigen profiel aanmaken en resultaten opslaan om later te gebruiken. Je kunt ook bibliografieen genereren. Omdat WorldCat ook de hele catalogus van de Universiteit Leiden omvat is het erg aantrekkelijk voor Leidenaren om via WorldCat te gaan zoeken. De SFX-link brengt je vervolgens naar de fulltext of de catalogus, zodat je snel aan de materialen zelf kunt komen.

In de komende weken gaan we verder experimenteren met WorldCat en Scholar.

 

Google onmiddellijk

Google houdt mij aardig bezig. Als ik  ‘s avonds niet Wave, dan zit ik wel te spelen met de allerlaatste snufjes die Google momenteel bijna dagelijks presenteert. Het leukste speeltje dat ik vandaag heb bekeken heet Real Time Search. Hiemee zoek je in nieuwsbronnen, maar ook (en dat is het leuke)in een fiks aantal bronnen op het sociale web. Zo zie je bijna direct (real time)wat er aan Twitterberichten over "jouw" onderwerp worden geschreven.

De Real Time Search is nog niet overal beschikbaar, maar via http://www.google.com/webhp?hl=en&esrch=RTSearch kan je het uitproberen. Je ziet in de  resultaten de Twitters langskomen, erg leuk om te zien.

Of dat zinvol is? Geen idee. Toen de DSB bank op instorten stond heb ik Twitter gevolgd. Ik was benieuwd wie het eerste met het officiele nieuws van het onvermijdelijke faillisement zou komen, Twitter of ANP. Twitter was sneller dan het nieuws, maar helaas ook sneller dan de waarheid! Ruim voordat de bank echt omviel stond het net al vol met berichtjes dat DSB failliet was verklaard. De meeste berichtjes zag je ook nog eens een paar keer terug, Twitteraars kopieren er lustig op los. Kortom: als er een vliegtuig uit de lucht valt lijkt me de nieuwswaarde van Twitter relevant. Bij veel andere onderwerp moet je toch de waarde van Twitter met een kritische blik blijven bekijken.

Nog een andere leuke Google-feature is Google Trend. Daarmee kan je zien hoe vaak jouw zoekopdracht door anderen is gezocht, en ook in welke landen dat was, compleet met een tijdbalk. Curieus: zoek je hier op Michael Jackson, dan krijg je als eerste zoekresultaten de verhalen over zijn (vermeende) kindermisbruik uit 2005. Hoe deze Trend werkt is me nog niet helemaal duidelijk. Ook Trend kan je bekijken: http://www.google.com/trends

Mexicaanse griepprikkels

Al maanden worden we overspoeld door meer en minder paniekerige berichten over de Mexicaanse griep. Naast de kleurrijke en alomtegenwoordige Ab Osterhaus (die eerst gelijk had, toen in het beklaagdenbankje kwam, maar zich nu revancheert) worden we overspoeld met berichtgeving in kranten, televisie en internet. Er zijn talrijke internetfora actief, waar de meest wilde complottheorieen uit de doeken worden gedaan. Deze worden oa verzameld en gepubliceerd op de site met de sprekende titel: "prikmijmaarlek" of het "burgers front". Als je een beetje googelt naar de Mexicaanse griep, dan duikt dit soort informatie al snel op. Zeker als je op zoek bent naar de voors en tegens van de vaccinatie is het raak: de gekste informatie duikelt over je scherm. Zelfs de minister is dit opgevallen!

Tijdens de koffie werd door een aantal bibliotheekmedewerkers met jonge kinderen gediscussieerd over dit onderwerp. Ze leken wel echte dokters, mét kennis van microbiologie. Dat is natuurlijk niet zo en dat weten ze ook wel. Maar in hun onzekerheid zoeken ze net als iedereen naar dat ene goeie advies. En worden ze overspoeld met informatie waarvan je je kunt afvragen wat de waarde daarvan is. De officiele site over de griep, met betrouwbare (?) informatie is te vinden op Grieppandemie.

Als we straks de griep weer achter de rug hebben lijkt me dit onderwerp een mooie casus voor cursussen over het beoordelen van informatiebronnen op internet!

Yes, we can! Obama en informatievaardigheid

President Obama heeft de maand van de Informatievaardigheid afgekondigd. Heel oktober staat in het teken van dat onderwerp, waarbij opvalt dat men het niet zo zeer over zoeken van informatie heeft, maar vooral over het beoordelen ervan. Ik moest meteen denken aan een cartoon over een van zijn illustere voorgangers! Het onderwerp wordt betrokken op burgerschap, in lijn met de Alexandria proclamation van de IFLA. Goed hoor, zoveel aandacht op hoog niveau voor dit onderwerp! Het grappige is echter dat ik nergens kan vinden wat er in het kader van deze speciale maand gedaan wordt. Het enige wat ik kan vinden zijn voorbeeldbrieven die men aan besturen van organisaties kan sturen. Mankeert er wat aan mijn informatievaardigheid?

Docenten beoordelen informatievaardigheid

Jos van Helvoort (Haagse Hogeschool) verdient met zijn nieuwe "scoringsrubriek voor informatievaardigheden" een grote pluim! Hij brengt informatievaardigheid waar het wezen moet: midden in het onderwijs. Het door hem ontwikkelde instrument om na te gaan of een student informatievaardig is, richt zich namelijk op het eindproduct van studenten, zoals een werkstuk of een paper. Een beoordelaar (docent) kan aan de hand van een aantal ‘scoringsrubrieken’ de wijze van informatiegebruik scoren. zo moet de docent zich oa buigen over de kwaliteit van de gebruikte bronnen en over de wijze waarop de student daaraan gekomen is. Informatievaardigheid als middel om een doel (goeie papers schrijven) te bereiken, soms wordt het vergeten. Jos belooft in IP van oktober een artikel over deze werkwijze te publiceren. Ik hoop in dat artikel antwoord te vinden op 2 vragen die mij nog bezighouden:

– hoe verhoudt deze score zich tot de algehele beoordeling van een paper?

– wát als de docent zéf niet informatievaardig is?

De scoringsrubriek is te downloaden via de HBO-kennisbank.

Opgekikkerde Google?

Google doet er alles aan om in het nieuws te blijven nu de concurrentie met Bing lijkt toe te noemen. Het laatste nieuwtje: de beta-versie van de nieuwe Google: Google Caffeine. Alles lijkt hetzelfde, maar onder de motorkap schijnt het toch heel anders te werken. Dat gaan we dus testen op http://www.facesaerch.com/caffeine/ waar je de oude en nieuwe Google tegelijk kunt doorzoeken. Wat blijkt: veel blijft bij het oude! Oude koffie in nieuwe zakken? Er zijn wel wat marginale verschillen: Caffeine zoekt een fractie langer en vindt veel meer. Maar wat hebben we aan meer? Al eerder bleek dat "slechts" de eerste 30 resultaten worden bekeken, dus de ranking is van belang en die lijkt bijna niet veranderd te zijn. Ik zie in beide schermen steeds dezelfde resultaten langskomen. Het enige wat ik mis (en wat ik toch wel behoorlijk opvallend vind) is dat de verwijzing naar wikipedia bij Caffeine verdwenen lijkt te zijn. Wat is hier gaande?

Caffeine is ook nog niet helemaal uitgekistalliseerd. Vorige week zag ik nog een interessant rijtje "facetten" onder de zoekresultaten staan: mogelijkheden om je resultaat toe te spitsen op een specifiek aspect. Vandaag is die optie verdwenen.

Ik zal de komende weken nog eens vaker op de koffie gaan…

 

Preken voor eigen parochie

Deze rustige weken benut ik onder meer om mijn verzameling tijdschriftartikelen eens netjes op te bergen. In een jaar komt er heel wat interessants op mijn pad, vooral op het gebied van informatievaardigheid.  Het valt me op dat vrijwel alle artikelen in bibliotheektijdschriften verschijnen. Of in tijdschriften over de interactie van mensen met computers. Stevens* (2007) zocht dat al eens uit, en het lijkt erop dat het nog steeds het geval is. We preken vooral voor eigen parochie. Zo komen we er natuurlijk nooit!  We moeten gaan publiceren in academische onderwijstijdschriften en vaktijdschriften. Alleen op die manier kunnen we het onderwijs laten zien wat we te bieden hebben. Alleen dan kunnen we overtuigen waarom informatievaardigheid een onderwerp is dat in ieder curriculum thuis hoort. En alleen op die manier kunnen we uitdragen dat informatievaardigheid zoveel méér is of kan zijn dan “one-shot” instructies over het zoeken in databases.

Er worden prachtige artikelen geschreven over informatievaardigheid, de laatste tijd ook door Nederlanders. Maar steevast in de "verkeerde" tijdschriften. Timmer, van Deursen, Walraven, Boekhorst, Brand-Gruwel, laat je licht eens ergens anders schijnen!

 

 * Stevens, C.R. (2007). Beyond preaching to the choir: information literacy, faculty outreach and disciplinary journals. Journal of academic librarianship 33(2) 254-267

Google Scholar alweer de beste

Het lijkt een serie op mijn blog te worden: hoe goed is Google Scholar? Het aantal publicaties waarin Google Scholar de maat wordt genomen groeit. Eerder schreef ik over onderzoeken waarin Scholar vergeleken werd met databases in de sociale wetenschappen en met Web of Science. Nu is er een onderzoek* verschenen waarin Scholar naast een aantal vakspecifieke databases uit diverse wetenschapsgebieden wordt gelegd.

Bijzonder aan dit onderzoek is dat het niet gebaseerd is op het aantal zoekresultaten, maar op de kwaliteit van de resultaten op de eerste dertig hits. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de aanname dat de meeste mensen niet ver scrollen in lange lijsten met resultaten. De focus in het onderzoek ligt op relevantie van de zoekresultaten. Ook nu weer komt Scholar verrassend goed uit de bus. Het onderzoek bevestigt de resultaten van de voorgaande publicaties: Scholar scoort beter  dan vakspecifieke databases op recall (vangst) en precisie (de relevantie).

Dat komt doordat Scholar een beter mechanisme heeft om relevante zoekresultaten hoog in de resultaten weer te geven en uit een groter reservoir referenties put. Dat werpt de vraag op of we nu onze databases kunnen opzeggen. Nee, want daarin zit vaak de fulltext, waar Scholar niet direct toegang toe geeft. Gelukkig kan je scholar met SFX koppelen aan de fulltext in je databases.

Wat ik me intussen wel afvraag is of er al bibliotheken zijn waar Scholar als zoekmachine wordt aangeboden, en de gebruikersinterface van de digitale bibliotheek (bv Metalib) niet meer actief wordt aangeboden.  Als Scholar zo goed zoekt dan hoeven we onze klanten toch niet op te zadelen met al die nare interfaces.

* Jared L. Howland ea. How Scholarly is Google Scholar? A comparison to library databases. College & Research Libraries 70(2009)3, 227-234.

Google in je hersenen!

Kort geleden verscheen er een wetenschappelijk artikel* waarin gemeld werd dat ouderen die intensief op internet werken in een testsituatie waarbij ze met Google moesten zoeken zeer veel meer hersenactiviteit vertonen dan mensen die niet vaak computers gebruiken.  Er verscheen een nieuwsbericht over op CNN en  een filmpje op YouTube. Zelfds de MRI’s kan je daarin zien! Als je de MRI’s nog eens beter wilt bekijken dan kan dat: er is zelfs een hele "explainer" op de CNN-site aan gewijd. Wanneer je niet alleen de koppen snelt kom je tot de conclusie dat het hier gaat om een zeer kleinschalig onderzoek: de hele onderzoeksgroep bestond uit 24 personen. Nogal weinig om verstrekkende conclusies uit te trekken. Misschien was het komkommertijd?

Vorig jaar was er ook al commotie over de invloed van Google op onze hersenen. Er verscheen een artikel in een tijdschrift ** waarin  precies het tegenovergestelde werd beweerd: door Google worden we dommer, want we lezen slechts oppervlakkig, we zappen door informatie en denken niet meer na over wat we lezen. Terug naar de dikke boeken want onze intelligentie verdwijnt waar je bij staat! Bij dit soort verhalen denk ik altijd aan mijn dikke darm. Ondanks het feit dat die wurm al lang geen functie meer heeft, zit ie nog steeds in mijn buik. Zo snel gaat de evolutie kennelijk toch niet.

 * Small GW, Moody TD, Siddarth P, Bookheimer SY. Your brain on Google: patterns of cerebral activation during internet searching.
American Journal of Geriatric Psychiatry 2009 Feb;17(2):116-26
.

* * Carr, N. Is Google making us stupid? The Atlantic 2008 July/August

Google Scholar – Web of Science: gelijkspel!

Google Scholar blijft de gemoederen in bibliotheekland bezighouden. Eerder blogde ik over  Google Scholar in vergelijking tot databases op het gebied van sociale wetenschappen. Nu is er in een splinternieuw open access journal een artikel* verschenen waarin Scholar met Web of Science wordt vergeleken. Het artikel richt zich onder meer op de citatie-analyse die in beide databases wordt aangeboden. Interessante conclusie is dat beide ongeveer even goed scoren. Dat is opmerkelijk omdat citaties in WoS deels handmatig worden geoptimaliseerd, terwijl bij Scholar citaties helemaal automatisch worden gegenereerd. Dat er weinig verschillen zijn komt doordat Scholar over een grotere database inhoud lijkt te beschikken. Ik zeg hier ‘lijkt’ omdat de inhoud van Scholar een van de beroemde Google bedrijfsgeheimen is. Wel wordt er in het artikel aangegeven dat Scholar in tegenstelling tot WoS ook boeken en proceedings opneemt, wat het voor bepaalde (met name exacte) vakgebieden sowieso een meerwaarde heeft. Het begint er nu toch echt op te lijken dat voor beginnende studenten (of iedereen aan het begin van een onderzoek) Scholar een goede informatiebron is: veel fulltext, linking met databases die gelicenceerd in de eigen bibliotheek aanwezig zijn, citaties en last but not least: een interface die iedereen zónder instructies begrijpt! Wat wil je nog meer?

 * Mikki, Susanne. Google Scholar compared to Web of Science: a literature review. Nordic Journal of Information Literacy 2009 (1), 1, p. 41-51.