Informatievaardigheid nieuwe stijl

De afgelopen tijd is het informatielandschap alwéér sterk veranderd. Zo sterk dat het nodig is om ons te bezinnen op de inhoud van onze cursussen informatievaardigheid. Gelukkig heeft Jos van Helvoort daar al over nagedacht. In een congresbijdrage van zijn hand geeft hij aanwijzingen voor de koersveranderingen. Ik vat zijn artikel samen:


1.   
Het diepe web is eenvoudiger te bereiken. Ontwikkelingen in zoektechnologie (discoverytools, metasearch en Google Scholar) en de koppeling vanuit zoekinterfaces met fulltext leiden ertoe dat we minder gedetailleerd aandacht hoeven te geven aan het zoeken in een groot aantal databases.

2.  
Iedereen is auteur op het internet. Het is belangrijk goede en minder goede informatie te onderscheiden. We zullen in onze cursussen meer aandacht moeten besteden aan evalueren van informatie.

3.  
Het publicatieproces is sterk veranderd. Wetenschappers zijn actief in communities, schrijven blogs en dragen bij aan wiki’s. Studenten kunnen in deze omgevingen hun academische vaardigheden oefenen.Extra aandachtspunt voor informatievaardigheidsonderwijs is het integer gebruik van informatie daarbij. Plagiaat wordt vaak in grote onwetendheid gepleegd.

4. 
Zoeken is veranderd. Zoeken is eenvoudiger geworden door de wijze waarop je al surfend door informatiebronnen kunt gaan. Veel zoekvragen worden gesteld aan collega’s, peers, via sociale media. Vinden is geen probleem, selecteren wel. Wederom een pleidooi om veel aandacht te schenken aan het beoordelen van informatie.

5. 
Personalisatie van informatiediensten. RSS,alerts, maar ook de tips die websites als Amazon je geven. Informatievaardigheidscursussen moeten hierop inspelen: hoe werkt het, welke bronnen bieden deze diensten,  het beoordelen van deze vaak contextloze informatie.

Een nieuw aandachtspunt wat we hieraan kunnen toevoegen is het gebruik van mobiele apps bij het oplossen van informatieproblemen. Dat vraagt nog wat tijd, de sterkste apps moeten kunnen komen bovendrijven, maar het is een ontwikkeling om in de gaten te houden.

(Impact of recent trends in information and communication technology on the validity of the construct information literacy in higher education. Jos van Helvoort. Bijdrage 2nd International Symposium on Information Management in a Changing World, 2010

 

 

 

Een dikke PIL

 

Enkele dagen geleden verscheen een nieuw rapport van het Project Information Literacy (PIL). Dit project loopt al enkele jaren en behelst een grootschalig onderzoek naar het informatiegebruik onder Amerikaanse studenten. Michael Eisenberg, van de Big6, is één van de projectleiders. Voor het nieuwste rapport zijn ruim 8300 studenten bevraagd naar hun informatiegedrag bij het uitvoeren van een onderzoeksopdracht.
De belangrijkste bevindingen: 

  •  Er wordt risicoloos en langs bekende paden naar informatie gezocht
  •  Webbronnen worden niet klakkeloos overgenomen als informatiebron, maar de gebruikte evaluatiecriteria zijn erg oppervlakkig
  •  Bronnen uit bibliotheekbestanden (databases) worden nog veel minder kritisch geevalueerd
  •  Het beoordelen van informatie wordt niet ervaren als een afzonderlijke stap in een proces
  •  Studenten worstelen het allermeest met de start van een onderzoek: het opstellen van een onderzoeksvraag en het inperken van een onderzoeksvraag
  •  Veelgebruikte bronnen zijn lijsten met verplichte of aanbevolen literatuur
  •  Er wordt voor dit doel weinig gebruikt gemaakt van web2.0

De onderzoekers constateren op basis van al hun onderzoeken dat er een drietal “gaps” bestaan tussen de wijze waarop het onderwijs en onderwijsbibliotheken met informatie omgaan en de wijze waarop studenten het gebruiken.

1. De literatuurlijsten die aangeboden worden bevatten veelvuldig verwijzingen naar boeken in de bibliotheek, waar studenten het liefst alles digitaal raadplegen
2. De bibliotheken maken een ongelofelijke hoeveelheid informatiebronnen toegankelijk, waar studenten het liefst een klein aantal vertrouwde bronnen gebruiken
3. Veel bibliotheekinstructies zijn gericht op het werken met specifieke databases, terwijl studenten juist behoefte hebben aan ondersteuning op het gebied van het reguleren van het grote informatieaanbod

De schrijvers pleiten voor het herijken van informatievaardigheidsonderwijs. Meer aandacht voor beoordelen, interpretatie en synthese zijn volgens hen de sleutelcompetenties voor de 21e eeuw. Bovendien moeten we af van instructies in het gebruik van specifieke databases. Instructies moeten zich meer gaan richten op het opzetten van een goede onderzoeksstrategie en het ondersteunen van het onderzoeksproces.

Naast het rapport is er een speels filmpje dat in het kort de belangrijkste conclusies in beeld brengt.

Google Scholar is gegroeid.

En wéér komt Google Scholar in een onderzoek fantastisch uit de bus! Eerder besprak ik al enkele artikelen over Scholar in dit blog (http://74120.weblog.leidenuniv.nl/2009/07/23/title-205). In een nog niet gepubliceerd artikel van Chen* wordt op overtuigende wijze aangetoond dat Scholar steeds beter scoort. Chen onderzocht de dekking van Scholar met betrekking tot een achttal databases. Hij reproduceert een onderzoek uit 2005, waarin Scholar nog niet zo overtuigend scoorde. Wat bleek in 2010: Scholar biedt 100% dekking voor Emerald, JSTOR. Project Muse scoort 98%. ACS (een chemisch bestand), Oxford University Press, SpringerLink en University of Chicago Press scoren ook 100%. Alleen ERIC blijft wat achter in de resultaten; dat blijkt veroorzaakt door het feit dat Scholar een groot aantal referenties van ERIC als "niet-wetenschappelijk" beschouwt. Dat betreft vooral grijze literatuur. Alle wetenschappelijke artikelen uit ERIC werden 100% gevonden. Dit gevoegd bij resultaten van eerdere onderzoeken (oa Cambridge Journals, Highwire Press, Pubmed, Sage en ScienceDirect allen tussen 95% en 100%) maakt duidelijk dat Scholar inmiddels een zeer volledige bron is geworden voor wetenchappers. Een vraag die Chen dan ook terecht stelt is of bibliotheken nog langer licenties moeten onderhouden op bibliografische bestanden zónder fulltext. Ook de inhoud van ons informatievaardigheidsonderwijs moeten we maar eens onder de loep nemen. Al die lastige interfaces van databases kunnen we misschien wel gaan overslaan. We kunnen ons beter gaan richten op selecteren en beoordelen van resultaten, want die krijg je in overvloed, met Scholar!  

 

 * Xiaotian Chen. Google Scholar’s dramatic coverage improvement five years after debut. Serials Review (2010). In Press. 

Smeltende gletschers en informatievaardigheid

De laatste 20 jaar houdt een internationale groep wetenschappers onder de noemer Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)(ook wel bekend als VN klimaat panel) zich bezig met het monitoren van het klimaat en klimaatverandering. Het IPCC heeft zich ontwikkeld tot een gezaghebbend orgaan over deze materie, en ontving zelfs de Nobelprijs voor de Vrede voor haar werkzaamheden,  tót het vierde rapport in 2007 verscheen. Critici, van politici tot wetenschappers, buitelden over elkaar heen, want er werden nogal wat onzorgvuldigheden in het rapport gevonden. Zo bleek dat Himalaya-gletschers helemaal niet zo snel smolten als was beschreven, en werd in het rapport gemeld dat bij een stijgende zeespiegel maar liefst 55% van Nederland blank zou komen te staan, terwijl slechts 25% van de Nederlandse in de ark moet plaatsnemen. Vanwege alle commotie werd besloten dat een onderzoekscommissie, waarin oa Dijkgraaf, moest uitzoeken hoe het zo ver had kunnen komen. Hun eindrapport verscheen op 30 augustus. In de pers lekte al uit dat het IPCC gebruik had gemaakt van scripties van studenten en artikelen uit een bergsporttijdschrift. Het eindrapport van de onderzoeksocmmissie, te vinden op de website van deze commissie, rept ook uitgebreid over onzorgvuldig gebruik van literatuur. Uit de Nederlandse samenvatting:  
"Het gebruik van zogenaamde ‘grijze literatuur’ uit ongepubliceerde of niet peer-reviewed bronnen staat ter discussie, hoewel dergelijke informatie- en gegevensbronnen vaak relevant zijn en geschikt voor opname in de assessmentrapporten. Problemen ontstaan doordat auteurs zich niet houden aan de richtlijnen van het IPCC voor de evaluatie van dergelijke bronnen en omdat die richtlijnen te vaag zijn, zo stelt de commissie. Het IPCC moet die richtlijnen specifieker maken en bepalingen toevoegen over de toelaatbaarheid van bepaalde soorten literatuur, en strikt op de naleving ervan toe zien. Zo kan worden gegarandeerd dat ongepubliceerde en niet peer-reviewed literatuur als zodanig wordt aangemerkt."
Zie hier het belang van het onderwijs in informatievaardigheid geillustreerd! Onderwijs waarin niet alleen zoeken naar informatie aan bod komt, maar vooral nadruk ligt op het wetenschapppelijk publicatieproces (wat is peer-review?) en het selecteren van kwalitatief goede bronnen. Het is jammer dat er eerst iets écht mis moet gaan, maar we hebben nu wél wat in handen om onderwijs te overtuigen dat informatievaardighed toch heus een academische vaardigheid is! 

Plagiaat opsporing in het nieuws

Vandaag in de Volkskrant een artikel, oorspronkelijk uit de New York Times over de strijd tegen fraude in het onderwijs. Het gaat hierbij met name om (high tech) afkijken (met camera-pen foto’s van beeldscherm maken voor anderen die later hetzelfde examen moeten doen) maar ook om plagiaat. Twee weken geleden in The Guardian een artikel met dezelfde strekking.  Het wordt vaker genoemd: de jongeren die zijn opgegroeid met internet weten niet beter dan dat knippen en plakken gewoon mag. De anti-plagiaatdiensten florereren, ook in Nederland. Turnitin en Safe-asiggn kom je nogal eens tegen. Van detectie-software gaat absoluut een preventieve werking uit. Er zijn ook nadelen. Ze zullen ongetwijfeld plagiaat onderscheppen maar ze doorzoeken lang niet alle wetenschappelijke artikelen. Bovendien worden ook juist geciteerde bronnen in deze software vaak aangewezen als plagiaat. Zonder goede voorlichting over wat geoorloofd hergebruik van informatie is (toch de basis van de wetenschap) komen we niet verder. Er zal veel meer aandacht moeten komen voor cursussen over plagiaat. Bibliotheken kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Er zijn goede cursussen op internet te vinden; een aantal daarvan hebben wij gebundeld in onze Toolbox Informatievaardigheid: http://www.bibliotheek.leidenuniv.nl/hulp/toolbox/verwerken-verwijzen.html.
Daarnaast werken we aan de afronding van een plagiaat-quiz, die in groepen met behulp van stemkastjes of stemkaarten gespeeld kan worden.

Scoringsrubriek informatievaardigheid

Jos van Helvoort is trots.Zijn artikel over de ontwikkeling van de scoringsrubriek voor informatievaardigheid is geplaatst in de Journal of Information Literacy 2010 (4), 1. Ik heb al eerder aangegeven dat ik erg blij ben met deze scoringsrubriek. Te vaak wordt informatievaardigheid als een stokpaardje van bibliotheken gezien, terwijl het "slechts" een middel is om een doel te bereiken. Het doel is het schrijven van goede (wetenschappelijke) artikelen of andere publicatievormen, of het doen van verantwoord wetenschappelijk onderzoek. De scoringsrubriek wordt ingezet bij de beoordeling van een publicatie. De docent gebruikt het instrument om de informatievaardigheid van de student te toetsen, waarbij zowel eindproduct als proces onder de loep worden genomen. De scoringsrubriek maakt daarbij onderscheid tussen professioneel  en inadequaat gedrag, hetgeen geillustreerd wordt met voorbeelden.

Ondanks mijn enthousiasme plaats ik twee kanttekeningen bij de methodiek.
1. Hoe informatievaardig is de docent? Uit diverse onderzoeken blijkt dat daar wel wat op valt af te dingen. Jos haalt geregeld een artikel aan dat ik samen met anderen in 2006 publiceerde over dit probleem (In drie uur bewust onbekwaam; Informatie Professional 2006 (10) 11). Hij geeft echter geen oplossing voor het probleem.
2. Wat nu als de inhoud van het eindproduct van de student briljant is, maar de scoringsrubriek aangeeft dat de score onder de maat is? Komt dat voor? Of is dat onmogelijk? En wat in zo’n geval te doen? Om een voorbeeld te geven: was Archimedes informatievaardig toen hij in bad zat en "Eureka" riep?  

De scoringsrubriek is door een aantal mensen uit universiteitsbibliotheken een klein beetje aangepast voor gebruik in het wetenschappelijk onderwijs. Dat is natuurlijk in overleg met Jos van van Helvoort gebeurd. Belangrijkste toevoeging is een achtste rubriek waarin de zoekstrategie aandacht krijgt. Hierbij een uitdrukkelijk verzoek van Jos: als de scoringsrubriek gebruikt wordt, wil je hem dan laten weten hoe dat is verlopen en op welke manier de rubriek is ingezet. Jos deed ons in dat kader nog een interessante suggestie: zet de scoringsrubriek in als peer-assessment, waarbij studenten elkaars producten beoordelen.  

Scoringsrubriek wetenschappelijke onderwijs (pdf)
Toelichting scoringsrubriek (pdf)

Op de koffie bij Google

Google heeft bekend gemaakt dat vannacht (9 juni) de nieuwe zoekindex Caffeine is uitgerold. Google hoopt met de techniek die deze index ondersteunt sneller nieuwe informatie te kunnen presenteren. Dat is vooral belangrijk bij het presenteren van zoekresultaten uit blogs en twitter (en andere social media). Sinds enige weken kan je al via de linkerkolom navigeren naar zoekresultaten van de afgelopen 24 uur. Kleine test: gisteravond heb ik tijdens het verkiezingsdebat behoorlijk veel getwitterd. Een zoekactie op mijn naam en verfijning met de afgelopen 24 uur levert slechts 1 tweet op. En niet eens de laatste, maar zomaar een willekeurige. Het lijkt nog niet helemaal jofel te werken. Wordt vervolgd.  

Uit de schaduw bij Google

Sinds vorige week is ook in Nederland de nieuwe interface van Google beschikbaar. Wat direct opvalt is dat het logo van Google veranderd is: geen schaduwen meer, maar heldere letters. Mooi, maar qua zoeken hebben we daar natuurlijk niks aan. Nee, de verbetering zit hem in de linkerkolom. Daar stond de laatste maanden al een rijtje filtermogelijkheden, die nu met frisse ikoontjes in beeld komen (onder het kopje "Meer" rolt dat menu uit). Zoekacties kunnen op verschillende manieren worden ingeperkt, vergelijkbaar met de "oude" filters die nog steeds bovenaan in het scherm staan. Opvallend is de ranking. Wanneer je op naam zoekt (natuurlijk je eigen naam) dan zie je direct alles waar je op het sociale web actief bent. Weblog, Linkedin, Hyves, alles komt langs. Mijn weblog staat als eerste genoemd, met daaronder de post die het meeste is aangeklikt. De link naar de Universiteitsbibliotheek Leiden staat pas op de 7e plaats. Zelfs Twitter staat hoger gerangschikt. Zou dat komen doordat Google sinds kort de laadsnelheid van websites in de ranking meerekent? Op het EMTACL10 congres hoorde ik dat de eerste 10 resultaten in Google feitelijk je persoonlijke homepage vormen. Een beetje trage website van je werkgever en je bent het haasje!

Naast het uitrolmenu waarin je kunt filteren op verschillende publicatievormen is er ook een menu beschikbaar waarmee je oa op de nieuwste bijdragen kunt filteren. In dit uitrolmenu (Meer opties) zit ook Wonderwheel verstopt. Het wonderwheel is een grafische weergave van de resultaten, een heel klein beetje vergelijkbaar met Aquabrowser.

Aan Google Scholar zijn deze vernieuwingen voorbij gegaan. Wel is er sinds deze week een mogelijkheid om je via mail te laten attenderen op nieuwe resultaten van je zoekactie. Handig, alerts op Scholar. Ik ga er meteen mee aan de slag!

 

Te druk om kritisch te denken?

Michael Eisenberg is terug op het toneel. Eisenberg is de grondlegger van de Big6, een veelgebruikte benadering van informatievaardigheid. Deze methode wordt in Amerika veel gebruikt, met name in het voortgezet onderwijs. 

Tegenwoordig onderzoekt Eisenberg met een team van de University of Washington de informatievaardigheid van beginnende studenten. Het betreft een onderzoek onder ruim 2300 studenten van diverse universiteiten en colleges, waaronder Harvard. Het onderzoek leverde in december een interessant rapport op, waarin een aantal conclusies staan waar we in onze cursussen rekening mee zouden kunnen houden. Ze blijken studenten teveel terug te vallen op bekende bronnen, veelal aangereikt door docenten. Ook hebben ze het te druk, waardoor ze hun searches pas op het laatste nippertje doen. Een bezoekje aan de bibliotheek(site) zit er dan niet meer in. Tijd om kritisch na te denken hebben ze ook niet meer. Er wordt niet meer van de gebaande paden geweken, nieuwe inzichten worden zeldzaam. Google en Wikipedia zijn de norm. Genoeg te doen dus!

Het project van Eisenberg heeft een interessante website en daarnaast ook enkele korte filmpjes op Youtube. Verder verscheen er eerder deze week een lezenswaardig interview met Eisenberg.   

Waar ik erg enthousiast over ben is het feit dat dit onderzoek inmiddels ook een artikel in The Chronicle of Higher Education én in Educause Quarterly heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat in Nederlandse onderwijstijdschriften en op onderwijscongressen dit onderwerp aan bod komt; zoals ik al eerder op dit weblog schreef preken we teveel voor eigen parochie.

IJdeltuiterij gevaar voor volksgezondheid?

In de Volkskrant van 10 februari moppert Roel Coutinho over de rol van wetenschappers in een aantal belangrijke kwesties, zoals de vaccinaties tegen baarmoederhalskanker en de Mexicaanse griep. In de tijd dat deze debatten speelden verscheen elke avond wel een deskundige met een mening op tv. Vaak verscheen dezelfde avond een andere deskundige met een volstrekt andere mening op een andere zender. Met als gevolg dat wij, het volk, in verwarring achterbleven. Wat te doen, prikken of niet?  De media laten in dit soort zaken graag deskundigen opdraven, zeker als ze een eigenwijze mening hebben. En die deskundigen zijn ijdel genoeg om zich hiervoor te lenen. Waar kennen we dat van?

YouTube Preview Image

Het is een lastige positie voor de wetenschap. Het publieke debat vraagt snelle antwoorden, de wetenschap vraagt zorgvuldige (en langdurige) onderzoeken. Goede wetenschapsvoorlichters zouden hier een rol kunnen spelen. En laat al die ijdeltuiterige deskundigen intussen aan hun onderzoeken doorwerken. Dat is voor iedereen het beste, niet in de laatste plaats voor de volksgezondheid.