Plagiaat opsporing in het nieuws

Vandaag in de Volkskrant een artikel, oorspronkelijk uit de New York Times over de strijd tegen fraude in het onderwijs. Het gaat hierbij met name om (high tech) afkijken (met camera-pen foto’s van beeldscherm maken voor anderen die later hetzelfde examen moeten doen) maar ook om plagiaat. Twee weken geleden in The Guardian een artikel met dezelfde strekking.  Het wordt vaker genoemd: de jongeren die zijn opgegroeid met internet weten niet beter dan dat knippen en plakken gewoon mag. De anti-plagiaatdiensten florereren, ook in Nederland. Turnitin en Safe-asiggn kom je nogal eens tegen. Van detectie-software gaat absoluut een preventieve werking uit. Er zijn ook nadelen. Ze zullen ongetwijfeld plagiaat onderscheppen maar ze doorzoeken lang niet alle wetenschappelijke artikelen. Bovendien worden ook juist geciteerde bronnen in deze software vaak aangewezen als plagiaat. Zonder goede voorlichting over wat geoorloofd hergebruik van informatie is (toch de basis van de wetenschap) komen we niet verder. Er zal veel meer aandacht moeten komen voor cursussen over plagiaat. Bibliotheken kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Er zijn goede cursussen op internet te vinden; een aantal daarvan hebben wij gebundeld in onze Toolbox Informatievaardigheid: http://www.bibliotheek.leidenuniv.nl/hulp/toolbox/verwerken-verwijzen.html.
Daarnaast werken we aan de afronding van een plagiaat-quiz, die in groepen met behulp van stemkastjes of stemkaarten gespeeld kan worden.

Scoringsrubriek informatievaardigheid

Jos van Helvoort is trots.Zijn artikel over de ontwikkeling van de scoringsrubriek voor informatievaardigheid is geplaatst in de Journal of Information Literacy 2010 (4), 1. Ik heb al eerder aangegeven dat ik erg blij ben met deze scoringsrubriek. Te vaak wordt informatievaardigheid als een stokpaardje van bibliotheken gezien, terwijl het "slechts" een middel is om een doel te bereiken. Het doel is het schrijven van goede (wetenschappelijke) artikelen of andere publicatievormen, of het doen van verantwoord wetenschappelijk onderzoek. De scoringsrubriek wordt ingezet bij de beoordeling van een publicatie. De docent gebruikt het instrument om de informatievaardigheid van de student te toetsen, waarbij zowel eindproduct als proces onder de loep worden genomen. De scoringsrubriek maakt daarbij onderscheid tussen professioneel  en inadequaat gedrag, hetgeen geillustreerd wordt met voorbeelden.

Ondanks mijn enthousiasme plaats ik twee kanttekeningen bij de methodiek.
1. Hoe informatievaardig is de docent? Uit diverse onderzoeken blijkt dat daar wel wat op valt af te dingen. Jos haalt geregeld een artikel aan dat ik samen met anderen in 2006 publiceerde over dit probleem (In drie uur bewust onbekwaam; Informatie Professional 2006 (10) 11). Hij geeft echter geen oplossing voor het probleem.
2. Wat nu als de inhoud van het eindproduct van de student briljant is, maar de scoringsrubriek aangeeft dat de score onder de maat is? Komt dat voor? Of is dat onmogelijk? En wat in zo’n geval te doen? Om een voorbeeld te geven: was Archimedes informatievaardig toen hij in bad zat en "Eureka" riep?  

De scoringsrubriek is door een aantal mensen uit universiteitsbibliotheken een klein beetje aangepast voor gebruik in het wetenschappelijk onderwijs. Dat is natuurlijk in overleg met Jos van van Helvoort gebeurd. Belangrijkste toevoeging is een achtste rubriek waarin de zoekstrategie aandacht krijgt. Hierbij een uitdrukkelijk verzoek van Jos: als de scoringsrubriek gebruikt wordt, wil je hem dan laten weten hoe dat is verlopen en op welke manier de rubriek is ingezet. Jos deed ons in dat kader nog een interessante suggestie: zet de scoringsrubriek in als peer-assessment, waarbij studenten elkaars producten beoordelen.  

Scoringsrubriek wetenschappelijke onderwijs (pdf)
Toelichting scoringsrubriek (pdf)