Valse doden schudden aan Wikipedia

Vorige week werd in Wikipedia vermeld dat Teddy Kennedy en Robert Byrd waren overleden tijdens de inauguratie van Obama. Hetgeen niet juist was, ze waren slechts "onwel". Dit was kennelijk de druppel die de emmer deed overlopen bij de oprichter van Wikipedia, Jimmy Wales. Hij roept op om voortaan aanpassingen van nieuwe onbekende gebruikers door een redactie te laten toetsen. Dat is niet in goede aarde gevallen bij de Wikipedia-gemeenschap. Rondom Wikipedia zijn veel discussiefora actief en die stromen momenteel vol met commentaar op dit plan. Een voorbeeld van deze discussies is te vinden op het platform dat zich de dorpspomp noemt.

Toevallig (of juist niet) heeft de online encyclopedie Britannica juist besloten om lezers het recht te geven voorstellen te doen voor het wijzigen of toevoegen van informatie. Redacteuren moeten deze voorgestelde wijzigingen eerst goedkeuren voordat ze geplaatst kunnen worden.

Als beide voorstellen doorgaan nadert de concurrentie elkaar aardig. Toch nog eens kijken naar de VPRO uitzending van Tegenlicht waarin ze elkaar nog naar het virtuele leven stonden.

  

Leidse weblogpolitie?

Mijn vorige post ging over de site whitehouse.com. Een site waar vroeger p0rn0 op stond. Ik gebruikte in mijn artikeltje dit woord in de juiste spelling, maar kreeg de post niet geplaatst. Het woord p0rn0 staat kennelijk op de lijst met verboden woorden in Leiden. Ik heb toen maar andere woorden gebruikt (adult, blote mannen en vrouwen). Nu moet ik dus een truc bedenken om over deze  inperkingen van mijn woordgebruik te schrijven. Een nul in plaats van een o, ik ga het proberen.  Ik ben intussen heel nieuwsgierig geworden welke woorden ik nog meer niet mag gebruiken. Zo’n weblogpolitie roept het slechtste in mij naar boven….

Verward in het Witte Huis

Gisteravond gekluisterd aan de buis vroeg ik me ineens af hoe het toch zou zijn met de diverse sites die in hun url beginnen met Whitehouse. Jaren geleden gebruikten we ze bij internetinstructies om duidelijk te maken dat het laatste deel van een URL informatie kan verschaffen over de achtergrond of maker van de site. We kliken op www.whitehouse.com en er verscheen een "adult"site; daar heeft Bill Clinton zelfs nog eens brief aan de eigenaar over geschreven:)  Deze site heeft een wonderlijke geschiedenis. In 2005 verdwenen de blote dames en heren en werd het een vastgoedsite en vervolgens een online telefoongids.  Inmiddels is het een soort verzamelsite van nieuws over het Witte Huis. Meer informatie over de eigenaar van het domein is te vinden via http://whois.domaintools.com/whitehouse.com. Daar worden we overigens niet veel wijzer van. Ook Wikipedia heeft de informatie over deze site niet compleet.

Als we genoeg bloot hadden gezien (en dat was heel snel) dan klikten we op www.Whitehouse.org en speelden het Ronald Reagan Memory Game. Nooit kunnen winnen. Whitehouse.org wordt onderhouden door Satire on-line, en dat is te merken ook.  Ik ben benieuwd wat er mee gaat gebeuren; Bush was natuulijk wel een erg gemakkelijk slachtoffer. (Op 24 januari blijkt deze site definitief gestopt te zijn).

De enige officiele site van het Witte Huis, www.whitehouse.gov is sinds gisteren geheel vernieuwd, met als meest opvallende verandering een weblog op de voorpagina. Dat alles onder het motto "Change has com to whitehouse.gov"

Liegend leren?

In Amerika is beroering ontstaan over een geschiedeniscursus, waarbij studenten een aantal web2.0 publicaties moesten schrijven over een fake-onderwerp, een historische hoax. Over het onderwerp: de laatste amerikaanse piraat (genaamd Edward Owens) werden een blog, een aantal Youtube filmpjes, en een Wikipedia-item gemaakt. De verschillende onderdelen waren zo goed gemaakt dat menig serieuze historicus erin trapte.

Leerdoel van deze cursus was onder meer dat studenten met een meer kritische blik naar (historische) informatie leren kijken. Dat is een belangrijk leerdoel, want nog altijd blijkt dat er weinig kritisch omgegaan wordt met informatie die o.a. via Google wordt verkregen (zie ook mijn vorige post). Toch is het de vraag of met deze werkwijze het beoogde doel is bereikt. De studenten hebben zich zeker geamuseerd bij het verzinnen van de informatie over de piraat. Ze hebben ook geleerd om te publiceren op web2.0. Maar zijn ze nu ook kritischer geworden in hun omgang met informatie? Hebben ze geleerd hoe ze het kaf van het koren kunnen scheiden? Waar ze op moeten letten bij het beoordelen van bronnen? Ik denk dat je beter studenten kunt confronteren met een aantal informatiebronnen, waaronder nepsites  en ze dan moet vragen om te beoordelen welke sites serieus te nemen informatie verschaffen. Maar leuk was het wel, met die neppiraat die zomaar geloofd werd. 

Voor wie een hele serie nepsites wil bekijken: bezoek het museum van de hoaxes! Niet alleen sites, maar allerhande berichten die het niet zo nauw nemen met de waarheid; uitermate amusant.